
Table of Contents
Oostende, koningin der badsteden
Oostende — De Koningin Die Haar Kroon Niet Heeft Afgezet
Je kunt naar Oostende gaan om naar de zee te kijken. Dat doen duizenden mensen.
Maar dat zou een beetje zijn alsof je naar Parijs gaat om een croissant te eten en daarna weer naar huis rijdt.
Want Oostende heeft een merkwaardig talent. Ze laat je denken dat je voor het strand komt… en ondertussen lokt ze je ergens anders naartoe.
Begin vooral verkeerd
Parkeer de auto. Loop richting zee. Ruik de frieten. Hoor de meeuwen krijsen alsof iemand hun parkeerplaats heeft ingenomen.
En doe dan iets ongehoords: draai je rug naar het strand.
Daar begint Oostende pas echt.
Want achter die kilometerslange zeedijk zit een stad die schilders, koningen, vissers, soldaten, zeelui en behoorlijk wat zonderlingen heeft verzameld. En één van de grootste zonderlingen woonde er gewoon middenin.
Op bezoek bij James Ensor
Het Ensorhuis is geen museum waar je braaf van schilderij naar schilderij schuifelt. Gelukkig maar.
James Ensor hield van maskers, skeletten, vreemde figuren, satire en alles wat een keurige burger een klein beetje ongemakkelijk kon maken. Hij schilderde de mens graag zoals die misschien werkelijk is wanneer niemand kijkt.
IJdel. Belachelijk. Bang. Grappig. En soms behoorlijk grotesk.
Na een bezoek kijk je gegarandeerd anders naar de mensen op de zeedijk. Vooral naar die meneer die in sandalen met sokken een gigantisch ijsje probeert te redden van een meeuw.
Ensor zou hem geschilderd hebben.

Daarna: de wereldzeeën op
Een paar straten verder ligt de Mercator. En “ligt” mag je hier letterlijk nemen.
Het prachtige driemastschip was ooit een opleidingsschip van de Belgische koopvaardij en voer de wereld rond. Vandaag kun je er zelf aan boord.
Loop over het dek. Kijk omhoog naar het web van masten en touwen. En probeer je even voor te stellen dat er geen appartementen, terrasjes en smartphones bestaan.
Alleen zee. Wind. Een kompas.
En ergens heel ver weg een haven waarvan je hoopt dat iemand daar weet hoe je een goede pint tapt.
Oostende was nooit alleen een badstad. Het was een deur naar de wereld.

Tijd voor Napoleon
Nu wordt het iets vreemder. Want een beetje verderop ligt een fort dat Napoleon liet bouwen.
Fort Napoleon.
Een vijfhoekig bakstenen gevaarte, verscholen tussen de duinen. Napoleon vreesde een Britse aanval.
Die kwam niet.
Typisch.
Bouw je eindelijk een enorm fort, komen de vijanden niet opdagen.
Maar daardoor kunnen wij er ruim tweehonderd jaar later wel rustig rondlopen. De dikke muren, gangen en kazematten vertellen ondertussen veel meer dan alleen het verhaal van Napoleon.
Het fort werd later opnieuw gebruikt tijdens beide wereldoorlogen. Plotseling voelt dat vrolijke strand vlakbij een stuk minder vanzelfsprekend.

En dan die kerk…
Terug richting centrum verschijnen twee torens boven de stad.
De Sint-Petrus-en-Pauluskerk.
Je zou bijna denken dat iemand een stukje gotisch Frankrijk heeft opgetild en in Oostende heeft neergezet. Dat klopt ongeveer.
De kerk is neogotisch en relatief jong, maar ze doet haar uiterste best om eeuwen ouder te lijken.
Loop er niet gewoon voorbij. Ga even naar binnen.
Na de wind, de meeuwen, de tram en het geroezemoes van de stad voelt die enorme ruimte bijna buitenaards stil.
En ergens vlakbij rust Louise-Marie, de eerste koningin der Belgen.
Want ja… Oostende verzamelt zelfs koninginnen.

Nu mag je eindelijk naar het strand
Je hebt het verdiend.
Schoenen uit. Broekspijpen omhoog. En richting Noordzee.
Het strand van Oostende is breed genoeg om er duizenden mensen tegelijk te laten geloven dat ze precies het perfecte plekje hebben gevonden.
Kinderen bouwen forten die ambitieuzer zijn dan dat van Napoleon. Honden ontdekken de betekenis van absolute vrijheid. Meeuwen voeren militaire operaties uit tegen zakken friet.
En volwassenen kijken naar de horizon.
Dat laatste blijft merkwaardig.
We kunnen satellieten bouwen, kunstmatige intelligentie ontwikkelen en robots naar Mars sturen… maar zet een mens voor een zee en hij kan twintig minuten zwijgend naar water kijken.
Misschien is dat precies waarom we de zee nodig hebben.

De uitdaging
Dus hier is mijn voorstel voor Oostende.
Ga er niet heen met een checklist. Ga erheen met één dag en een beetje nieuwsgierigheid.
Bezoek Ensor. Klim aan boord van de Mercator. Verdwaal even in Fort Napoleon. Loop de kerk binnen. Eet iets wat absoluut niet door een voedingsdeskundige werd aanbevolen.
En eindig op de zeedijk.
Niet om nog iets te doen. Maar om niets meer te hoeven doen.
Want misschien is dat het geheim van Oostende.
De stad geeft je geschiedenis, kunst, architectuur, oorlog, schepen, frieten en een flinke dosis Belgische eigenzinnigheid… en daarna wist de Noordzee alles weer schoon.

Oostende, Koningin der Badsteden?
Zeker.
Maar wel eentje die zonder problemen haar schoenen uittrekt en met haar voeten in het water gaat staan.
En eerlijk?
Zo hebben we onze koninginnen het liefst.