
Table of Contents
Aan Tafel met Monsters
Over schrijvers die werelden verzinnen en doen alsof ze er wonen
De monsters stonden rond de tafel alsof ze hoorden bij het gesprek.
Dat deden ze ook.
1. De tafel die geen meubel is
Wie goed kijkt naar de illustratie, ziet geen tafel.
Men ziet een onderhandelingsplek.
Drie mannen zitten er niet om te eten, maar om te doen alsof zij weten waar zij over spreken. Voor hen liggen pennen, kaarten, papieren — de gebruikelijke attributen van betrouwbaarheid. Achter hen zweven wezens die niet bestaan, maar zich voorbeeldig gedragen.
Niemand schrikt ervan.
Dat is het eerste teken dat we ons niet in de werkelijkheid bevinden, maar in de literatuur.
2. Mandeville: de verzamelaar aan het hoofd van de tafel
De middeleeuwse reiziger zit rechtop. Hij schrijft terwijl hij spreekt, alsof hij bang is dat de wereld anders weer verdwijnt. Zijn monsters zijn oud, geleend, doorverteld. Hij schaamt zich er niet voor.
Mandeville verzint niet om te misleiden, maar om te ordenen.
Zijn wereld is groot omdat de kennis nog klein is.
Zijn Tartaria is geen plek, maar een restcategorie: alles wat Europa niet begrijpt, maar wel nodig heeft om zichzelf te begrijpen.
Zijn monsters luisteren beleefd, want zij weten:
zonder hem hadden zij geen namen.
3. Swift: de man die te hard glimlacht
Aan de andere kant van de tafel zit Swift. Hij leunt iets achterover, alsof hij elk moment kan opstaan en zeggen dat het allemaal een grap was — maar hij doet het niet.
Zijn monsters zijn kleiner en groter dan normaal. Ze dragen geen klauwen, maar wetten. Geen slagtanden, maar protocollen.
Swift weet:
hoe serieuzer de toon, hoe scherper het mes.
Waar Mandeville zegt: “zo is de wereld”,
zegt Swift: “zo doen wij alsof zij is.”
Zijn wezens zweven dichter bij hem, onrustiger. Zij weten dat hij hen kan laten verdwijnen met één zin.
4. Tolkien: de man die zwijgt en bouwt
De derde zegt weinig. Hij heeft tijd.
Tolkien heeft zijn monsters vooraf gemaakt, met stambomen, talen en een geschiedenis die ouder is dan het gesprek zelf. Zijn wezens zweven niet; ze staan. Zwaar. Aards. Onvermijdelijk.
Waar Mandeville verzamelt
en Swift ontmaskert,
construeert Tolkien.
Hij wil niet dat je twijfelt.
Hij wil dat je blijft.
En juist daarom is hij de gevaarlijkste van de drie.
5. De monsters als hersenspinsels
Let op hoe de wezens rond de tafel niet aanvallen. Ze luisteren. Ze bestaan alleen zolang er gesproken wordt.
Dit zijn geen monsters uit bossen of bergen.
Dit zijn monsters uit hoofden.
Zij zijn:
- angst die vorm kreeg
- macht die verbeeld werd
- verschil dat een lichaam kreeg
De illustratie verraadt het geheim:
de monsters komen niet van buiten de tafel,
maar van erboven.
6. De knipoog die alles redt
En dan is er de ironie.
Want geen van de drie gelooft écht wat hij schrijft — maar ze weten dat de lezer het misschien zal doen. Daarom is de scène licht, bijna gezellig. Alsof zij zeggen:
“Wees gerust.
Wij weten dat je meekijkt.”
De knipoog is geen grap.
Het is een morele afspraak.
7. Wat deze tafel ons vandaag aangaat
Wij leven opnieuw in een tijd waarin:
- verhalen zich voordoen als feiten
- kaarten belangrijker lijken dan mensen
- monsters opnieuw rond tafels verschijnen
En net als toen:
- zijn ze verzonnen
- maar niet onschuldig
Mandeville herinnert ons dat verbeelding structuur geeft.
Swift waarschuwt dat structuur kan ontsporen.
Tolkien toont hoe verleidelijk het is om erin te gaan wonen.
Epiloog – De lege stoel
De illustratie toont drie schrijvers.
Maar er is een vierde stoel.
Altijd al geweest.
Die is voor de lezer.
Ga gerust zitten.
Maar kijk af en toe op.
De monsters doen dat ook.
Slotzin
Wie denkt dat fictie vlucht is, heeft nooit aan tafel gezeten.

Wat je hier ziet zijn geen letterlijke portretten, maar drie archetypen rond één tafel, met de wezens als hersenbeelden . Half idee, half verhaal.
Waarom deze illustratie zo goed werkt voor jullie blog:
1. De tafel = gedeelde truc
De tafel is geen gezellig detail, maar het centrum van de metafoor:
- hier wordt verzonnen
- hier wordt genoteerd
- hier wordt gedaan alsof
Alle drie doen ze hetzelfde werk, alleen met een andere houding:
- de ene verzamelt
- de tweede fileert
- de derde bouwt
2. De wezens zijn geen monsters, maar gedachten
Let erop dat ze:
- zweven
- half transparant zijn
- nergens echt landen
Dat is cruciaal:
dit zijn verbeeldingen, geen bewoners van een echte wereld.
Net zoals bij Mandeville, Swift en Tolkien zelf.
3. De ironische knipoog
De scène zegt stilletjes tegen de lezer:
“Kijk goed : dit gebeurt niet daarbuiten,
maar hier, aan deze tafel.”
Dat maakt het perfect als:
- headerbeeld voor je blog
- of als slotillustratie bij de epiloog
“Aan één tafel zaten zij, omringd door hun eigen bedenksels.
De monsters luisterden aandachtig, want zij wisten:
zij bestonden alleen zolang er geschreven werd.”
Of ironischer:
“De wezens stonden erbij alsof zij echt waren.
Dat waren ze ook — zolang niemand vroeg of het waar was.”
Boekenwurm GPT
Diepgaande literaire analyses en persoonlijke leesadviezen

Boekenwurm is een geavanceerde GPT gespecialiseerd in literatuur. Het biedt diepgaande literaire analyses, achtergrondinformatie over werken en auteurs, en gepersonaliseerde leesadviezen.
