Zo laat je een gezegde vallen zonder te klinken als een scheurkalender

Zo Laat Je Een Gezegde Vallen Zonder Te Klinken Als Een Scheurkalender
Zo Laat Je Een Gezegde Vallen Zonder Te Klinken Als Een Scheurkalender

Zo laat je een gezegde vallen zonder te klinken als een scheurkalender

Een gezegde past in een gesprek wanneer het een zin korter, warmer of grappiger maakt dan je eigen woorden zouden doen. Hoe gebruik je gezegden in een gesprek zonder dat iedereen discreet naar de klok kijkt? Met mate, met een lichte hand en met een tikje zelfspot.

Een gezegde is een kruid, geen hoofdgerecht. Eén takje op het juiste moment doet wonderen. Een hele bos in één zin, en de tafel zoekt de dichtstbijzijnde uitgang.

Wanneer past een gezegde en wanneer klinkt het als een preek?

Een gezegde past waar het gesprek al een beetje speelt. Iemand vertelt hoe de nieuwe buren drie weken voor de eerste kerstverlichting al hun tuin versieren, en jij zegt: “Haastige spoed…” Meer is niet nodig. De rest vult de tafel zelf aan, en daarin zit het plezier.

Het wordt een preek zodra het gezegde een oordeel is dat niemand heeft gevraagd. Vertelt iemand over een mislukt plan en antwoordt jij met “Wie niet waagt, niet wint“, dan klink je als een scheurkalender met een strenge blik. Het gezegde zelf is onschuldig. Het moment is het probleem.

Een eenvoudige proef helpt: zou je dit zeggen als het geen gezegde was? Als je dezelfde gedachte ook in je eigen woorden zou uitspreken, dan mag het gezegde mee. Moet het gezegde de les opdienen die je zelf niet durft te geven, laat het dan thuis.

Er is nog een tweede proef. Kijk of je zegt wat je ziet of wat je vindt. “Dat is een druppel op een hete plaat” beschrijft een situatie. “Ge moet gewoon wat meer doorzetten” is een vermaning in een feestkleedje.

Welk gezegde hoort bij de keukentafel, het café en de schoolpoort?

Elke plek heeft haar eigen toon, en de gezegden schikken zich daarnaar.

De keukentafel is het domein van de zachte, huiselijke uitspraken. “Oost, west, thuis best” valt hier zonder moeite. “Het zit in de familie” ook, vooral als iemand net voor de derde keer zijn koffie heeft laten afkoelen. Aan de keukentafel mag een gezegde oud en vertrouwd klinken, want daar hoort het.

Het café vraagt iets met meer tempo. Een gezegde moet er één seconde duren, anders is het gesprek al voorbij. “Waar rook is, is vuur” bij een roddel, “Het is niet al goud dat blinkt” bij een te mooie reclame. Kort, droog, en liefst met een opgetrokken wenkbrauw.

De schoolpoort is het gevoeligste terrein. Daar staan mensen die elkaar half kennen, met kinderen die alles horen. Een gezegde wordt er snel een steek onder water. “Kleine potjes hebben grote oren” is er een die iedereen begrijpt, en het mag even grappig als waarschuwend zijn. Wie meer wil weten over hoe het er aan die poort aan toe gaat, vindt in 10 regels voor ouders aan de schoolpoort een goed beginpunt. Een gezegde is er het best een knipoog en nooit een correctie.

Hoe weet je zeker dat je het gezegde echt begrijpt?

Zeg een gezegde nooit dat je niet in eigen woorden kunt uitleggen. Dat klinkt streng, maar het bespaart je veel stille misverstanden. Veel gezegden gebruiken we op de automatische piloot, en op die piloot zit soms een verkeerde afslag ingesteld.

Een goede controle gaat zo: leg het gezegde uit aan een kind van tien, zonder het gezegde zelf te herhalen. Lukt dat, dan kun je het vrij gebruiken. Haper je, dan weet je wat je nog moet opzoeken.

Let ook op de richting van een gezegde. Sommige zeggen iets over jezelf, andere over een ander, andere over een situatie. “Wie de schoen past, trekke hem aan” richt zich op wie zich aangesproken voelt, en kan dus ongemerkt een prikje uitdelen. Weet je dat niet vooraf, dan deel je prikjes uit zonder het te beseffen.

Als je de betekenissen nog eens wilt nalopen, staat er in zeven spreekwoorden die we dagelijks zeggen zonder te weten wat we zeggen een handig geheugensteuntje. Dat stuk gaat over de betekenis. Dit stuk gaat over wat je er daarna mee doet.

Waarom werkt een half gezegde vaak beter dan een heel?

Omdat de luisteraar het andere deel zelf mag aanvullen, en mensen houden van hun eigen slimheid. Zeg je “Beter laat dan…” en laat je de zin hangen, dan lacht de tafel al voor je klaar bent. Je hebt niets uitgelegd en toch is alles gezegd.

Een half gezegde klinkt ook minder plechtig. Het volledige “Een gegeven paard moet men niet in de bek kijken” heeft iets van een tegeltje boven de schouw. “Gegeven paard…” met een schouderophalen klinkt als iemand die het gewoon weet.

Het werkt alleen bij gezegden die iedereen kent. Een half gezegde dat niemand kan aanvullen, laat een gat in de zin. Dan volgt een stilte, en geen van beide soorten stilte is een compliment.

Een paar die zich goed laten inkorten:

  • “Wie A zegt…“
  • “Hoge bomen…“
  • “De appel valt…”
  • “Als de kat van huis is...”
  • “Oost, west...”

Hoe speel je met spreuken? Omdraaien, knipogen, een tikje ondeugend zijn

Hier begint het echte plezier. Een gezegde dat iedereen kent, kun je een beetje buigen, en de luisteraar merkt het meteen. Het effect is groter dan bij het gewone gezegde, juist omdat het oorspronkelijke nog hoorbaar blijft.

Omdraaien. “Beter laat dan nooit, maar liever nooit te laat” zegt wat je bedoelt met een glimlach. “Oost, west, thuis best, tenzij het wifi in het café beter is” werkt in dezelfde geest.

Knipogen. Kondig het gezegde aan met een lichte afstand: “Zoals mijn grootmoeder zou zeggen, als ze er nog was om het te zeggen...” Wel opletten: gebruik een grootmoeder alleen als je er ook echt aan denkt en het niet als truc inzet. Een algemene formule als “zoals het oude gezegde luidt” doet hetzelfde werk zonder iemand erbij te halen.

Ondeugend zijn. Laat het gezegde een beetje tegen zichzelf ingaan. “Wie zijn schoen past, laat hem even staan” kan een stil protest zijn tegen een goedbedoelde opmerking. “Ik keek dat gegeven paard toch even in de bek” zegt veel over iemand die graag eerst controleert.

Eén ding geldt bij alle drie: doe het spaarzaam. Een omgedraaid gezegde is een grapje. Drie omgedraaide gezegden zijn een act, en dan zit je plots op een podium waar niemand je heeft uitgenodigd.

Welke gezegden laat je beter liggen?

Sommige gezegden werken nooit, hoe handig je ermee bent.

  • Bij verdriet. Wie net iets moeilijks heeft meegemaakt, wil geen “Na regen komt zonneschijn” horen. Luister liever, en zeg iets in gewone woorden.
  • Gezegden die een groep mensen op één hoopje gooien. Er zijn oude uitspraken over vrouwen, over buitenlanders, over arme mensen of over een bepaald beroep. Ze mogen oud zijn, ze blijven kwetsend. Een gezegde dat een mens kleiner maakt, hoort niet in een gesprek waarin je graag gezien wilt worden.
  • Gezegden die je zelf niet kunt uitleggen. Als je er onderuit moet komen met “ja, zo zegt men dat“, laat het dan liggen.
  • Gezegden die in één adem met een tweede komen. Twee gezegden na elkaar maken de tweede overbodig, en vaak ook de eerste.
  • Gezegden die een ander verbeteren. “Eigen werk eerst” is een mooi gezegde, tot je het tegen iemand zegt die om raad vroeg.

Een gezegde dat liggen blijft, gaat niet verloren. Het ligt te wachten op een betere gelegenheid, en die komt altijd.

Welk gezegde hoorde jij thuis en wil je nooit kwijt?

Elk huis heeft zijn eigen gezegde, een uitspraak die zo vaak viel dat je ze nog kunt horen met de stem van wie ze zei. Meestal is het niet het bekendste. Het is het gezegde dat bij die ene keuken hoorde, die ene gang, die ene toon waarmee ze werd uitgesproken.

Dat is ook wat een gezegde levend houdt. Geen woordenboek bewaart het zo goed als iemand die het nog durft te zeggen aan tafel. In spreuken, gezegden en gebruiken die van ons zijn verzamel ik wat bij ons hoort, en een eigen familiegezegde past daar naadloos bij.

Vertel in de reacties welk gezegde er bij jou thuis altijd viel en in welke situatie je het nog steeds hoort. Ik lees ze allemaal, met een kop koffie erbij ☕

Leave a Comment

You cannot copy content of this page