
Table of Contents
Een Vlaams feestjaar, van Lichtmis tot Sinterklaas, en waar het allemaal begon
Oorsprong Vlaamse feesten en tradities
Het Vlaamse jaar telt twaalf maanden, maar het draait vooral om licht en donker. In december is het ‘s morgens nog nacht als we vertrekken en ‘s avonds al nacht als we thuiskomen. In juni zitten we om tien uur nog buiten. Wie voor zo’n jaar een kalender moest maken, zette zijn feesten op de plaatsen waar de dag het meest verandert.

Dat deden de mensen die ons hun feesten naliet ook. Onder bijna elk gebruik liggen meerdere lagen: een oud ritme van zaaien en oogsten, de kerkelijke kalender die er eeuwenlang overheen lag, en een gewoonte van gewone mensen die zich door geen van beide liet bedwingen. Wie die lagen één voor één oplicht, vindt zelden een duidelijke oorsprong. Hij vindt wel een verhaal dat er nog altijd in meebeweegt. Wandel mee door een jaar, van de koude winter tot het schoentje bij de haard.
Lichtmis en Driekoningen
Pannenkoeken, sterren en de terugkeer van het licht
Driekoningen valt op 6 januari. De kerk viert dan de verschijning van het kind aan de wijzen uit het oosten, maar op straat en aan tafel kreeg het feest een eigen gezicht. Kinderen trokken met een zelfgemaakte ster van deur tot deur, zongen een lied en kregen er een beloning voor. Op veel plaatsen werd ook een koekenbrood gebakken waarin een boon zat. Wie de boon in zijn stuk vond, was voor één avond koning aan tafel.
Dat is al een eerste lichte omkering van de rangorde, en we komen ze straks nog tegen. Een kind, een knecht of een buurman mocht een avond lang vorst zijn. Het feest viel bovendien in de donkerste weken, wanneer een beetje overmoed in huis welkom was.
Veertig dagen na Kerstmis volgt Lichtmis, op 2 februari. Voor de kerk is het het feest van de opdracht van Jezus in de tempel, en vanouds worden die dag kaarsen gewijd. Het woord zegt het zelf: Lichtmis, de mis van het licht. Wie de dagen telt, merkt dat het vanaf dan ‘s avonds merkbaar langer licht blijft.
Dan komen de pannenkoeken. Op veel plaatsen worden ze nog altijd op Lichtmis gebakken. Een veelgehoorde uitleg is dat de ronde, gouden pannenkoek een kleine zon voorstelt. Of die uitleg oud is of pas later aan het gebruik werd toegevoegd, is moeilijk te zeggen. Sommigen horen er een echo in van een veel ouder lichtfeest in het begin van februari. Zeker is dat de pan erbij hoorde: het was een dag waarop vet, bloem en eieren in huis waren en er net genoeg vrijheid om ze te gebruiken.
Lichtmis was ook een dag waarop het werk veranderde. Op veel hoeven liep het dienstjaar van knechten en meiden rond die tijd af, en wie van meester wilde wisselen, deed het dan. Het feest sloot dus een tijd van binnenzitten af en opende het nieuwe werkjaar. De kaars in de kerk en de pan op het vuur hoorden bij dezelfde dag.
Carnaval en de omgekeerde wereld
Waarom we één keer mogen doen alsof alles anders is
Carnaval komt vlak voor de vasten, de veertig dagen voor Pasen waarin vroeger vlees, vet en feest van tafel gingen. Een veelgehoorde uitleg van het woord is carne vale, vaarwel aan het vlees. Taalkundigen twisten erover, maar de volksverklaring houdt stand omdat ze zo goed bij het feest past. Wat de komende weken niet meer mag, gebeurt nu nog één keer en op volle sterkte.
De kern van het feest is de omgekeerde wereld. Mannen kleden zich als vrouwen en burgers als bedelaars. De burgemeester wordt bespot, de pastoor ook, en iedereen draagt een masker of een grime waardoor niemand nog precies weet wie wie is. Dat is geen toeval: een samenleving met strikte regels houdt het langer vol als er één dag is waarop die regels openlijk worden omgedraaid. Sommige historici leggen verbanden met oudere midwinter- en lentefeesten, zoals de Romeinse Saturnalia. Voor sommige gebruiken is dat aannemelijk, voor andere moeilijk te bewijzen.
In Aalst kreeg dat omkeren een eigen vorm, met een stoet vol spot en zelfspot. Het carnaval van Aalst werd in 2010 door UNESCO erkend als immaterieel erfgoed. In 2019 vroeg de stad zelf om van de lijst te worden geschrapt, na de ophef over enkele praalwagens. Sindsdien gaat het feest gewoon door, en het is typisch Vlaams dat een gebruik zo stevig in de eigen stad zit dat het zonder erkenning verder kan.
Meifeesten en processies
Waar de straat bidt, danst en pronkt
Mei is in de kerkelijke kalender de maand van Maria, en in het volksgebruik de maand van de groei. Op sommige plaatsen werd een meiboom geplant, een versierde jonge boom die voor een meisje, een gemeente of een nieuw huis werd neergezet. De boom is groen en recht, en het gebruik zegt dat het jaar weer wil.
De kerk gaf die lente een plechtige vorm: bedevaarten, bloemenkransen en processies. Een bedevaartsoord als Scherpenheuvel werd een bestemming voor mensen die te voet of met de stoet kwamen. De processie van het Heilig Bloed in Brugge, op Hemelvaartsdag, werd in 2009 door UNESCO erkend. Ze is een van de plechtigste voorbeelden, maar ze heeft veel kleinere zusters in dorpen en wijken.
De processie is eigenlijk een samenzijn van drie dingen: bidden, tonen en feesten. Mensen liepen met kaarsen en beelden mee, ze trokken hun beste kleren aan, en na de plechtigheid werd gegeten en gedronken. In veel steden en dorpen liepen reuzen in de optocht mee. Die processiereuzen, in België en Noord-Frankrijk, zijn in 2005 door UNESCO erkend. Ze tonen hoe een kerkelijke optocht langzaam ook een feest van de burgers werd, met poppen die groter waren dan de torenhaan.
Sint-Maarten
Lantaarns, gulle gevers en een heilige die zijn mantel deelt
Op 11 november wordt Sint-Maarten gevierd, en achter dat feest staat een bekend verhaal. Maarten van Tours was een Romeins soldaat. Op een koude dag zag hij aan de stadspoort van Amiens een bedelaar zonder kleren en sneed zijn mantel in tweeën om de helft aan hem te geven. Later werd hij bisschop van Tours. Het beeld van de ruiter die zijn mantel deelt, is overal in Europa blijven staan.
Voor de boeren viel dezelfde dag op een belangrijk moment in het jaar. De oogst was binnen, de nieuwe wijn was klaar, dieren werden geslacht voor de winter, en pacht en schulden moesten vaak rond deze tijd worden betaald. Een gans of een stuk vlees op tafel hoorde bij een dag waarop de voorraad voor het koude seizoen werd gemaakt. Wie weinig had, kon rekenen op wie net wat meer had.
Daar sluit het gebruik van de kinderen op aan. Ze trekken ‘s avonds met een lantaarn langs de deuren, zingen een lied en krijgen er fruit of snoep voor. Vroeger maakten ze die lantaarn vaak uit een uitgeholde biet of knol, met een kaars erin. Het is een feest van licht, op het moment dat de dagen duidelijk korten. Het is ook een feest van delen, in de naam van een man die zijn mantel deelde. Op sommige plaatsen was het in oudere tijden zelfs Sint-Maarten die de kinderen iets bracht, vóór Sinterklaas die rol overnam.
Sinterklaas in Vlaanderen
Schoentje, wortel en een heilige die blijft
Sinterklaas is gebaseerd op Nicolaas van Myra, een bisschop uit het huidige Turkije. Hij is de beschermheilige van kinderen, zeevaarders en kooplui. In een oude legende redt hij drie meisjes van armoede door goud door het raam te gooien, en zo is het idee van een heimelijk geschenk aan hem verbonden geraakt. Dat verhaal reisde mee met de handel over zee, en in onze streken groeide het uit tot een feest in de nacht van 5 op 6 december.
Het schoentje bij de haard hoort erbij, en de wortel of het stukje brood voor het paard van de Sint evenzeer. Kinderen zingen een lied, leggen het schoentje klaar en vinden de volgende ochtend mandarijnen, speculaas, marsepein en een chocoladeletter. Het is een klein gebaar van vertrouwen tussen kind en heilige. Het kind geeft het paard iets en krijgt iets terug, en tussen die twee dingen zit een nacht die voor veel mensen nog altijd magisch is.
Waarom bleef Sinterklaas zo goed overeind? Een deel van het antwoord is dat dit een kinderfeest is. Het sprak mensen in alle standen aan, en het was gemakkelijk om te vieren zonder grote kerkelijke plechtigheid. Dat zich er in de loop der jaren ook allerlei uiterlijke elementen aan hebben gehecht, van intochten tot liedjes, maakt het feest veranderlijk, maar niet minder geliefd. In Vlaanderen is Sinterklaas intussen iets anders dan Kerstmis, met eigen liedjes, eigen koekjes en een eigen manier van wachten.
Wat bleef en wat verdween?
Hoe een feest van mensen een feest van ons wordt
Als we dat jaar overschouwen, zien we dat sommige gebruiken verdwenen en andere bleven. De boon in het koekenbrood is in veel huizen weg, de dienstbodewissel van Lichtmis bestaat niet meer, en de meiboom is zeldzamer geworden. Wat bleef, zijn meestal gebruiken die iets eenvoudigs doen: ze brengen mensen samen, geven kinderen iets om naar uit te kijken, en laten de lange donkere maanden minder zwaar wegen.
Een feest bestaat zolang mensen het nodig hebben. Een gebruik dat zijn oorspronkelijke reden heeft verloren, kan een nieuwe krijgen. De pannenkoek op Lichtmis is dan geen verwijzing naar een zonnegod meer, maar een reden om met het gezin aan tafel te zitten. De lantaarn van Sint-Maarten is minder een kaars tegen de duisternis dan een uitstap met buren en vriendjes.
Zo wordt een feest van vroeger een feest van ons. Het wordt overgenomen, aangepast en doorgegeven, en elke familie en elk dorp doet een beetje anders. Daardoor bestaat er geen enkele versie die klopt voor iedereen, en juist dat maakt ze interessant. Er is geen lijst die alle Vlaamse gebruiken volledig vastlegt, want ze leven in huiskamers en op dorpspleinen, niet in boeken.
Welk feest hoort bij uw familie?
Dit verhaal is een wandeling langs de grote lijnen, maar de mooiste details liggen in uw eigen streek. Misschien wordt er bij u op Lichtmis nog altijd gebakken, of wordt er in uw dorp een bijzondere stoet gehouden. Misschien is er een lied dat alleen in uw familie bestaat, of een gewoonte rond het schoentje die nergens is opgeschreven.
Wie meer wil lezen over onze gebruiken, vindt op deze site een thuis voor wat van ons is, waar het allemaal begon. Wie liever bij spreuken en gezegden blijft, vindt er meer in onze verzameling van spreuken, gezegden en gebruiken die van ons zijn.
Vertel ons in de reacties welk feest of gebruik in uw familie of dorp nog leeft, hoe het bij u thuis gaat en wie het u leerde. Wij verzamelen die verhalen graag, zodat ze bewaard blijven.